Junanshin

Junan: flexiebel Shin: Geest

Kenmerken: geduld, vertrouwen, toewijding, flexiebel, openheid.

De leraar zal in aanvang de leerling vormen en corrigeren in bovenstaande kenmerken.

In de dojo bevinden zich leerlingen van verschillend niveau. Binnen de dojo is de leraar de autoriteit. Van de leerling wordt verwacht dat deze zich hieraan conformeert en daarnaast leert van zijn seniors. Voor de junanshin_cal_001onervaren leerling is de dojo niets meer dan een plek waar hij is fysieke oefeningen uitvoert. Alles van wat hij ziet of hoort staat ver van zijn alledaags bestaan. Fysieke actie telt alleen maar voor hem, alles wat daar niets mee te maken heeft maakt hem ongeduldig en onzeker. Al snel komt hij er achter dat dingen gaan zoals ze komen. De lange stiltes tijdens de training of de meditatiemomenten wekken verveling op en zijn zowel oncomfortabel als pijnlijk voor hem. Zoals het zitten in traditionele seiza waarbij zowel knieën als enkels in contact komen met de hardhouten vloer. Hij kan op dat moment niet de benen strekken, op zoek naar een meer comfortabele positie. De houding in seiza is niet doelloos. Het draagt bij tot zowel een optimale veiligheid, alertheid en economisch gebruik van de ruimte binnen de dojo. Zowel het fysieke aspect als de flexibiliteit vermeerderd. De leerling is een buitenstaander en verkeert in grote onwetendheid, maar leert dat budotechnieken getraind moeten worden. Wachtend op wat hem gedemonstreerd wordt door de seniors of de leraar. Hij moet vertrouwen hebben in de leraar. Geen discussie, dit ligt buiten het technisch vlak van budo. In deze fase is de leraar de belangrijkste schakel voor hem. Soms dwingend aanwezig en dan weer onopvallend. De leerling moet zich in deze fase onderdanig opstellen, de leraar alleen kan de leerling leiden langs de weg van Do. Hier moet de leerling Junan-shin tonen, zijn geest moet flexiebel zijn, bereidt zijn datgene te accepteren wat de leraar hem aanbiedt. Zijn hart moet openstaan. Ook het volgen van verschillende leraren kan verwarring tot gevolg hebben. Bij een gebrek aan deze kwaliteit kan dit het leren belemmeren en kan er een mentale frictie ontstaan tussen leerling en leraar. Meestal liggen hier twee elementen aan ten grondslag, ego en trots. De leraar zal geen pogingen ondernemen om de leerling tot andere gedachten te brengen bij het ontbreken van de juiste mentaliteit op dat moment. Hij zal zijn energie richten op degene die deze mentaliteit wel bezitten. De leraar weet wanneer de leerling klaar is voor het meer serieuze werk. Eenmaal gestart zal dit gekenmerkt worden door een intensieve bereidheid vanaf het begin tot aan het eind. Deze houding kan leiden tot een mentale uitputtingsslag.

De training is een pijnlijk proces van vallen en opstaan. Van zwoegen en ploeteren in een poel van complexe technieken, waarin weinig ruimte is voor uitleg. In dit stadium ontziet de leraar de leerling. De druk in dit stadium is groot voor de leerling. Dit is ook het moment dat leraar zeer kritisch is voor de leerling. De houding van de leraar kan als afstandelijk ervaren worden. Alleen de juiste mentale houding stelt hem in staat deze kritiek keer op keer te aanvaarden. Dit alles maakt deel uit van zowel zijn totale denken als al de inspanningen die tot nu toe gemaakt zijn. Men wordt zich bewust van iedere uitgevoerde techniek. Zowel de wil als doorzettingsvermogen zijn in dit leermoment nodig om de leerling door de ontelbare herhalingen van de basisbewegingen heen te slepen. De tijd van no-nonsense is voorbij, en brengt ons bij de essentie. De vragen van de leerling worden ontvangen met een laconiek antwoord, ’’geen vragen, train!’’. Dit is het moment van doen, de sleutelrol hierin wordt vervuld door het kata. De leerling ziet de betekenis van het kata nog niet, en ervaart het als iets waarin hij gevangen zit.

We kunnen uit bovenstaande concluderen dat, wanneer je mentaal niet flexiebel bent, er snel argumenten en excuses komen. Kobudo vereist een hoop tijd en inspanning. Je zult keuzes moeten maken. Het is niet mogelijk kobudo te beoefenen wanneer je maar eenmaal per week traint. Kobudo vraagt eigenlijk dagelijkse training en vereist onderricht 2 a 3 maal p/w van een leraar. In de huidige tijd is dit bijna niet haalbaar. Dit is ook een van de problemen waardoor mensen opgeven. De lange intensieve training, sobere levenswijze en toewijding passen niet in onze snelle moderne samenleving.

Kees Bruggink

2005